Verslag van de eerste bijeenkomst van de Community of Change verbonden aan het Democratisering van Erfgoedonderzoek project op 13 maart 2026
Karen Hollewand (Rijksuniversiteit Groningen, stuurgroeplid NWA-route Levend Verleden);
Foto’s Nike Liscaljet Photography
In kleine rondjes en rechte strepen lopen we door de zaal. Één. Twee. Omstebeurt roept iemand een cijfer de ruimte in. Drie. Vier! Samen doen we ons best om tot tien te tellen. Vijf. Zes! Zeven. Dit moet spontaan gebeuren, zonder aanwijzen, afspreken of een vaste volgorde. Acht, klinkt er dan uit twee monden, bijna tegelijk. Er wordt gelachen en glimlachend gezucht. We moeten namelijk weer opnieuw beginnen: elk cijfer mag maar één keer, door één van ons, uitgesproken worden. Het duurt even maar uiteindelijk volbrengen we de opdracht en na de verlossende tien wordt er blij geapplaudisseerd: het is ons gelukt. Het is maar een warming-up oefening, uitgevoerd onder leiding van dagvoorzitter Manu van Kersbergen, en toch voelt het als een veelbelovend begin.
Vertegenwoordigers van twaalf samenwerkingen zijn op 13 maart naar Utrecht gereisd voor de Kick-Off van een zogeheten Community of Change, een tijdelijke leer- en experimenteergemeenschap waarin onder andere nieuwe manieren maatschappelijke en academische kennis te verbinden en besluitvorming en financiering in te richten worden onderzocht. Samen met representanten van de Route Levend Verleden, Netwerk Levend Erfgoed en de Reinwardt Academie verkennen we een centrale vraag: hoe kunnen we erfgoedonderzoek verder democratiseren? Het einddoel is om een gezamenlijk advies te overhandigen aan NWO op 1 juli 2026, maar daar gaat het op deze eerste bijeenkomst nauwelijks over. Het is allereerst belangrijk om elkaar te leren kennen, om ervaringen en inzichten te delen, en samen vorm te geven aan dit experiment.
In de ochtend wordt hiervoor uitgebreid de tijd genomen op een creatieve, dynamische manier: we introduceren elkaar in een ongedwongen sfeer waarin openheid en oprechte interesse in de ander de boventoon voeren. Door na te denken over waar we trost op zijn, wat ons energie geeft, maar ook waar we op afknappen of vastlopen, gaan we al gauw de diepte in. Tijdens deze eerste kennismaking, en in de gezamenlijke sessies die volgen, wordt het duidelijk dat de samenwerkingen tegen dezelfde problemen aanlopen en het vaak met elkaar eens zijn over mogelijke oplossingen.

Ruimte, erkenning en vertrouwen
In de gesprekken tussen makers, gemeenschappen, onderzoekers en instellingen komt duidelijk naar voren dat aandacht voor het niet-academische een belangrijke vereiste is in het nadenken over en vormengeven van nieuwe manieren van samenwerken en financieren. Zo vinden de deelnemers het vaak moeilijk om hun manier van werken in de standaard culturele (of academische) financieringsstructuren in te passen, er is vaak geen mogelijkheid voor community-organisaties om als gelijkwaardige hoofdaanvrager op te treden en ook is de ervaring dat community-kennisdragers niet als volwaardige experts worden gezien. Het is daarnaast belangrijk om ook het gebruik formeel academisch jargon aan te passen en meer ruimte in te bouwen voor praktijkervaring.
De vraag om meer flexibiliteit, meer ruimte voor experimenten, voor onverwachte uitkomsten, en de erkenning van andere soorten uitkomsten sluit hierop aan. De deelnemers geven aan dat het belangrijk is om financieringsvormen te ontwerpen die ruimte bieden voor procesgericht en experimenteel erfgoedonderzoek, waarbij samenwerking organisch kan ontstaan en ontwikkelen. Er wordt bijvoorbeeld onderstreept dat het goed zou zijn om de eerste verkenningsfases van een samenwerking te financieren en ook hoe belangrijk het is om de tijd te kunnen nemen, met oog en ruimte voor onverwachte gebeurtenissen en nieuwe ideeën in de loop van een project.
We bespreken de betekenis van de term democratisering en komen uit op een brede definitie, waarin representatie en het idee dat erfgoedonderzoek eerlijker kan (en moet!) centraal staat. Om dit mogelijk te maken is boven alles vertrouwen en gelijkwaardigheid een vereiste: oog voor iedereen, voor meerstemmigheid, voor minderheden. Ten tweede is de manier van samenwerken een belangrijk aandachtspunt: het moet mogelijk zijn om projecten en samenwerkingen eerder, langer en duurzamer te financieren. Ook is het belangrijk oog te hebben voor andere manieren van samenwerken: door uit te gaan van wat er al is en ruimte te bieden aan bottom-up initiatieven. We moeten kritisch kijken naar wie er mee mag en kan doen en hoe samenwerkingspartners elkaar kunnen vinden. Zoals een van de deelnemers het krachtig formuleert: “De kloof zit dus niet in bereidheid tot samenwerking, maar in de structurele voorwaarden waaronder die samenwerking moet plaatsvinden.”

Experimenten en speeddates
In de middag gaan de verschillende samenwerkingen werken aan hun eigen experiment, waarvoor ze een vast bedrag hebben gekregen. Dit is trust-based financiering in de praktijk: het beschikbare budget is gelijkmatig verdeeld over de twaalf samenwerkingen. Zij mogen vrij het proces gaan onderzoeken op een manier die bij hen past, zonder zorgen over het eindproduct. De groepen vinden dit best moeilijk, er is sprake van een zekere keuzestress, maar ze gaan enthousiast aan het werk. Er wordt bijvoorbeeld nagedacht over uitvoeren van een vooronderzoek, het financieren van matchmaking (een verbinder die mensen, instellingen, samenwerkingen bij elkaar kan brengen), en het organiseren van netwerkbijeenkomsten tussen verschillende doelgroepen (bijvoorbeeld docenten, onderzoekers, musea, leerlingen) om te praten over betere, duurzamere samenwerkingen die voor iedereen waardevol zijn. Ook gaan de deelnemers met elkaar in gesprek over eventuele co-creatie. Na een korte ronde speeddates van vijf minuten kunnen de bestaande samenwerkingen kiezen voor een tweede date: om met één of meerdere anderen langer in gesprek te gaan. Samen een experiment bedenken, uitwerken en uitvoeren betekent meer financiering.
Hoewel er meerdere tweede dates plaatsvinden, zijn de samenwerkingen aan het einde van de dag voorzichtig: het is nog te vroeg om een relatie aan te gaan, om te gaan samenwonen, om nu al toe te zeggen dat het experiment gezamenlijk uitgevoerd zal gaan worden. Wel is het duidelijk dat de verschillende gesprekken, met de hele groep, tijdens de korte speeddates en in langere tweede dates of tijdens de lunch, voor iedereen nuttig zijn geweest. Inspiratie, (h)erkenning, en enthousiasme vullen de ruimte. Het delen van ervaringen leidt tot de uitwisseling van concrete ideeën en contactgegevens. De gemeenschap, deze Community of Change, krijgt langzaam vorm. Niet het bespreken van de lange termijn, van impact, uiteindelijke resultaten of eindproducten heeft de deelnemers dichter bij elkaar gebracht, maar het vaststellen van een gezamenlijk doel, namelijk om vertrouwen en gelijkwaardigheid te creëren en te waarborgen, binnen en tussen samenwerkingen en in de financiering hiervan.
Aan het einde van de dag kijken we vooruit naar de volgende bijeenkomst. Na deze eerste verkenning van manieren om erfgoedonderzoek eerlijker, gelijkwaardiger en democratischer te organiseren, is het nu aan de samenwerkingen om hun experimenten op poten te zetten. Op 25 juni komen ze in een openbare bijeenkomst opnieuw bij elkaar om hun (voorlopige) ervaringen te delen. Voor de Route Levend Verleden was dit een zeer inspirerende dag, die ons zal helpen de vraag te beantwoorden hoe we ons eigen proces van financiering kunnen verbeteren. Een van de belangrijkste conclusies is dat we ons (nog meer) moeten richten op wat al bestaat: werken met wat er al is, bestaande samenwerkingen ondersteunen, luisteren naar de stemmen in de verschillende gemeenschappen, voor hen en met hen blokkades weghalen en knelpunten oplossen. Zo tellen we uiteindelijk samen tot tien.
Deelnemers aan deze Community of Change
Stichting AMIK (Renzo Duin), Living Archiving / 7 Hills Foundation (Martha Gallego, Ipek M. Sur), Archival Textures (Noah Littel, Tabea Nixdorff), Museum Sophiahof & Universiteit Leiden (Gerlov van Engelenhoven, Yanise Zijlstra), zelfstandig erfgoedbeoefenaar (Steven Spannenburg), Erfgoed in Verbinding (Tim Huijgen (RUG), Michèlle Corbier-Kind (Museum aan de A)), Dikke Trui (Michiel Teeuw, Fiona van den Berg, Annelief Schipper), The How’s (Ria van Oosthout, Ellen Haasse), National Archaeological – Anthropological Memory Management (Nifa Martis), Saxion Hogeschool & Erfgoedhuis Zuid-Holland (Peter Jongste en Marloes Wellenberg), Counter Narratives (Jair van Nes, Nagila Muller), Dutch Hiphop Archive, Culture Capsule & Podiumkunst.net (Roderik Schouten, Sherlock Telgt, Miles Niemeijer), Wijk de Wereld (Karin Noeken).







